ZWITSERLAND RIT 2008 (met Simon)



Vrijdag ochtend 8 augustus vertrokken we om 6.30 uur uit Zuidland. Het weer was redelijk de verwachtingen in Zwitserland waren goed en het verkeer was heerlijk rustig. Totaal geen files. Het eerste stuk in Frankrijk was slecht, flinke regenbuien. Net voorbij Colmar begon de temperatuur op te lopen en de zon brak lekker door. Reden om het dak te openen. Bij de grens, Basel werden we naar de zijkant gedirigeerd. ....????..... Geen paniek, een vriendelijke en stevige Zwitserse douane beambte stond met een vignet klaar en na betaling van Ch. fr. 40,--. (zelf wilde ik net als de vorige deze netjes in het midden van de voorruit onder de spiegel hebben) voor ik kon reageren was het vignet van het velletje en in één beweging zat het vignet in de linkerhoek van de voorruit, beetje scheef en niet echt op de plek die ik zelf ingepland had. De rit kon verder.

 

Sneller is via de autotrein Kandersteg-Goppenstein maar we kozen voor 100 km om. Bij de stop Montreux begint voor mij het echte Zwitserland.

Het blijft altijd weer fascinerend, het geweldige grote meer van Geneve, het mooie Montreux aan je voeten en de bergen die uit het water reizen. Elke keer weer ziet de lucht er anders uit, maar altijd het meer zo herkenbaar.

 

Queen nam er zijn laatste cd op met Freddy Mercury en nam een foto voor de cover van de cd, het huisje ligt net hoger dan de parkeerplaats, de berg is herkenbaar. Ik had eigenlijk even als Freddy moeten gaan staan.

Na een relaxte rit en regelmatig even stoppen onderweg kwamen we mooi op tijd in het dal aan waar Grächen ligt, Grächen ligt op 1.619 meter hoogte, bij Stalden rechts af het dal naar Zermatt in om bij Sint-Niklaus links af de berg op te gaan naar Grächen, een smalle weg waar op grote stukken elkaar passeren onmogelijk was.

Het appartement Fortuna, jammer dat het in de ochtend in de schaduw ligt. Juist vroeg in de ochtend is het heerlijk om op het balkon je bak koffie op te drinken, meer dan tien graden was het niet, wakker ben je wel gelijk. Het uitzicht was in ieder geval prachtig. Om acht uur hingen de wolken nog langs de berg om even later geheel weg te trekken.

 

De planning was om via de Simplon pas naar Italië te rijden om zo weer Zwitserland in te rijden naar Locarno. De tocht is verschrikkelijk mooi en divers. Eerst de Simplon pas, ruim 2.000 meter hoog met de arend op de top, via Domodossola door het mooie smalle dal kom je eigenlijk geheel onverwachts een grote basiliek in het  kleine dorp Re tegen. Aan het eind van het dal rijd je zo tegen het Lago Maggiore aan. Een echte toeristen trekker.

De arend op de top van de Simplon pas

De enorme betonnen brug met de 120 m hoge pilaar was aan renovatie toe. Een groot deel helemaal ingepakt. Voor één rijbaan was de brug afgesloten en moesten de oude route nemen wat een mooi blik gaf op de brug.

Bij het plaatsje Re de enorme Basilliek.

Locarno aan het Lago Maggiore. Een mooi moment om de lunch te nuttigen lekker aan het water. Echt druk was het er niet terwijl het toch nog steeds hoogseizoen was.

En toen was de pret even voorbij. Door de diversen stops en lage snelheden lagen we wat achter op schema en besloten na Locarno een stuk autobaan te nemen om daarna de Gotthard en Furka pas te nemen. De weg na Locarno was ook niet bijzonder om deze binnendoor te nemen. Het grootste stuk ging goed tot net voor de afslag alles vast liep. Geen meter reed het en kostte ons twee uur, twee uur stonden we stil, wel lekker in het zonnetje maar op een gegeven moment heb je het wel gehad. In verband met de tijd besloten we de Gotthard en Furka over te slaan en de Nufenen pas te nemen. Zo sneden we een stuk af en de Nufenen was ook helemaal nieuw voor ons. Een goede keuze, een schitterende tocht naar het topje van de pas met daar een uitzicht op een aantal grote bergen van Zwitserland

Uitzicht vanuit het appartement

DAG 2

De andere ochtend was het weer nog mooier dan de eerste dag. We hadden besloten om geen tweede grote rit te maken zoals we eerste gepland hadden. We besloten om een dal te nemen , de keuze was gevallen om het dal bij Sion te nemen naar de Grande Dixence.

 

Een stukje over Grande Dixence

 

De stuwdam Grande Dixence is de hoogste in Europa. Vanuit Sion is het per auto een uur rijden, vanuit Hérémence is de afstand nog 14 km. Tussen Hérémence en de stuwdam komt men door het kleine dorpje Mâche. Dit dorp bestaat uit twee gedeelten: lawines gingen steeds dwars door het dorp, waardoor er in het midden geen huizen staan. Vanaf de parkeerplaats bij de dam is het te voet ongeveer 200 meter tot het bezoekers centrum. Er is een permanente tentoonstelling over de bouw en de exploitatie van de dam. Vooral in de weekeinde's kan het druk zijn; de Grande Dixence trekt meer dan 100000 bezoekers per jaar. De maximale hoogte van de gigantische betonnen wand bedraagt 285 m. Met de bouw werd al in 1953 begonnen, en enige jaren later kon het eerste gestuwde water al zorgen voor energie. Pas in 1966 echter kwam het volledige werk gereed; er werd 6 miljoen kubieke meter beton verwerkt. Het gebouw bij de dam deed tijdens de bouw van de dam dienst als onderkomen voor de arbeiders, en fungeert nu als hotel. Gedurende de zomermaanden bestaat de mogelijkheid om het inwendige van de betonnen kolos te bezoeken. Binnen in de dam lopen namelijk tunnels en tunneltjes met een totale lengte van maar liefst 32 km. Een (begeleide) tocht door de eindeloze gangen, die zijn aangelegd om het inwendige van de dam te kunnen controleren, is een zeer aparte ervaring. Denk wel om warme kleding Voor informatie over tijden en prijzen: kijk hier. Als het stuwmeer achter de dam helemaal vol is, dan drukt het water het beton zo'n 10 cm het dal in. Door een pijpleiding verlaat onder hoge druk zo'n 45 kubieke meter water per seconde het stuwmeer. Al het benodigde ruwe materiaal voor de bouw was afkomstig uit de omgeving. Alleen het cement werd met enkele kabel banen uit Sion aangevoerd.

 

Om boven op de dam te komen kan gebruik worden gemaakt van zo'n kabelbaan, die nu dienst doet als personenlift. Vanaf de dam strekt het stuwmeer zich ruim 5 km uit. Het water wordt overigens niet alleen aangevoerd door de omringende gletsjers. Er zijn pijpleidingen aangelegd om water aan te voeren vanuit de zij dalen, zelfs tot het Mattertal aan toe. Soms moet daarvoor water worden opgepompt; dat gebeurt dan in de uren dat er een productie-overschot is van elektriciteit. Alleen bij zeer lage waterstand is nog een oude stuwdam (gebouwd in 1935) in het meer te zien, die door de bouw van de nieuwe overbodig werd. Voor wandelaars is er een fraai wandelpad langs het meer, dat aanvankelijk door (deels verlichte) tunnels voert. In circa vier uur komt men bij de Cabane des Dix, waarvandaan diverse tochten kunnen worden ondernomen

De eerste dag de rit naar Italië via de Simplon pas naar Locarno en via de Nufenen pas weer terug

Op een bepaald punt, net bij een restaurant boven op een berg bij Grächen kon je het puntje zien van de Matterhorn.

Het was me in eerste instantie niet opgevallen maar sommige restaurants voerde de naam Matterhorn blick. Na even zoeken zagen we dan het topje.

De autotrein bij Goppenstein, in tien minuten sta je aan de andere kant bij Kandersteg. Daar rijden we de trein af om het dal te verlaten. De terugreis is begonnen al snel zie je de hoge bergen verdwijnen en wordt het landschap meer heuvelachtig. Hier en daar nog een tunnel maar de hoge 4.000 meters en meer liggen al ver achter ons. Bij Basel gaan we de grens weer over naar Frankrijk, Luxemburg, België en na Antwerpen rijden we het vlakke, drukke en bewolkte Nederland binnen. De rit zit er bijna op, geen drukte op de weg, bij de Botlek wordt het drukker, de raffinaderijen ontsieren de horizon, wat is Zwitserland toch mooi.

Gelukkig ligt Zuidland midden in de polder en het natuurgebied de Bernisse. Heerlijk rustig en mooi, maar ik mis de bergen.

De  scheve toren van Zuidland

Zwitserland 2008

Filmpje op Youtube.

Klik op camera

Back to TOP Naar Trip 2009